
Michael Bratt neemt afscheid: “De kleedkamer ga ik het meeste missen”
Na jaren als coach van de Nederlandse heren- en damesteams, en een lange carrière bij verschillende clubs in Zweden, zet Michael Bratt een punt achter zijn loopbaan als coach. Een carrière die hem langs tientallen clubs, drie nationale teams en ontelbare herinneringen bracht. Terugkijkend overheerst vooral één gevoel.
“Ik ben ontzettend dankbaar dat ik al deze kansen heb gekregen.”
Wie Bratt vraagt naar de hoogtepunten uit zijn carrière, krijgt geen lijstje met prijzen of statistieken. Natuurlijk zijn er sportieve successen waar hij met trots op terugkijkt, maar het zijn vooral de mensen, de teams en de bijzondere momenten die zijn carrière hebben gevormd.
“Na bijna twintig jaar op topniveau maak je ontzettend veel mee. Het is eigenlijk onmogelijk om één moment uit te kiezen.”
Toch zijn er seizoenen die boven komen drijven. Zijn periode bij Broberg/Söderhamn noemt hij als eerste, gevolgd door Rättvik, Västanfors, Spånga Dames, SAIK Dames en de jeugd van VSK. Ook ÖSK, Hammarby, Djurgården en Mölndal hebben volgens hem allemaal een speciale plek in zijn hart.
Wedstrijden die je nooit vergeet
Sommige wedstrijden staan voor altijd in zijn geheugen gegrift. Zoals de historische uitoverwinning van Broberg op VSK in de ABB Arena.
“Broberg had daar nog nooit gewonnen. We stonden bij rust met 0-8 voor en wonnen uiteindelijk met 3-13. Het was de enige keer dat ik in de rust eigenlijk niet wist wat ik moest zeggen.”
Ook de wedstrijd van Djurgården tegen Haparanda zal hij nooit vergeten. Bij rust keek zijn ploeg tegen een 0-5 achterstand aan, maar wist alsnog terug te komen tot 5-5.
Toch wil Bratt niet één club of één team boven de rest plaatsen.
“Dat zou niet eerlijk zijn. Iedere club en iedere speler heeft me bijzondere herinneringen gegeven. Natuurlijk zijn er mensen die een extra plekje in mijn hart hebben, maar dat is heel normaal.”
Promotie met Västanfors naar de Allsvenskan, het kampioenschap en de promotie naar de Elitserien met Spånga Dames en de succesvolle jaren met SAIK behoren tot zijn mooiste sportieve prestaties. Maar ook de pijnlijke nederlagen blijven hem bij, zoals de verloren halve finale met SAIK tegen AIK en de kwartfinale van Broberg tegen Hammarby.

De jaren met Oranje
Voor Nederlandse bandyliefhebbers zal Bratt vooral herinnerd worden als de man die jarenlang het gezicht was van zowel het heren- als het damesteam.
“Als ik terugkijk overheerst vooral plezier. Natuurlijk was 2016 een enorme teleurstelling, maar verder waren het vooral mooie jaren.”
Hij stond aan de basis van de ontwikkeling van het Nederlandse bandy en zag de sport in Nederland stap voor stap groeien.
“Het was een uitdaging, maar de energie die ik van de spelers terugkreeg gaf mij telkens weer motivatie om door te gaan.”
Voor de mannen springt het WK van 2015 in het Russische Chabarovsk eruit. “Wij verdienden daar meer dan een vierde plaats. Destijds waren de regels rond paspoorten en speelgerechtigdheid niet altijd even duidelijk. Met de huidige regels denk ik dat wij verder waren gekomen. Dat zegt ook iets over hoe sterk dat team was.”

De vrouwen schreven geschiedenis
Ook de Nederlandse vrouwen bezorgden Bratt onvergetelijke herinneringen.
Het eerste wereldkampioenschap in 2022 betekende een historisch moment.
“We begonnen eigenlijk vanuit het niets. Het enige wat we wilden was durven genieten. Dat was onze kracht.”
Zijn laatste wereldkampioenschap, in 2026, kreeg misschien wel het mooiste slot.
Vooraf wist hij niet precies waar het team stond, maar na de eerste wedstrijd verdween iedere twijfel.
“Toen wist ik dat er iets moois mogelijk was.”
De finale tegen Groot-Brittannië werd een zenuwslopend gevecht. Bij een stand van 3-3, met nog tien minuten te spelen, nam Bratt een time-out.
“Mijn gevoel zei dat er iets niet klopte. We veranderden één ding. Even later maakten we de 4-3 en voelde je dat de wedstrijd kantelde.”
Nederland won uiteindelijk met 5-3 en pakte opnieuw het goud in de B-poule.

Na iedere finale klonk in de kleedkamer Nothing Else Matters van Metallica, als eerbetoon aan voormalig bondscoach Thomas ‘Pinno’ Engström. Zelf hield Bratt er nog een ander ritueel op na.
“De avond voor een finale luisterde ik altijd alleen naar Lose Yourself van Eminem. ‘One shot, one opportunity.’ Dat was mijn moment.”
De Nederlandse mentaliteit
Volgens Bratt zit het grootste verschil tussen Nederlandse en Zweedse spelers niet in de instelling.
“Het verschil zit vooral in de basis. Zweedse spelers staan van jongs af aan veel meer uren op het ijs.”
Toch heeft hij grote bewondering voor de ontwikkeling die Nederlandse spelers hebben doorgemaakt.
“De mentaliteit en de teamsfeer zijn altijd goed geweest. Waar Nederland enorme stappen heeft gezet, is in het professionele denken.”
Hij zag hoe spelers steeds sneller nieuwe tactieken oppakten en openstonden voor andere ideeën.
“Jullie durven nieuwe dingen te proberen en blijven vooruitgaan. Ook de ontwikkeling van de clubs is mooi om te zien.”
Geen spijt
Als hij zijn carrière opnieuw zou mogen beginnen, zou Bratt weinig veranderen.
“Alles gebeurt met een reden.”
Na een korte stilte volgt lachend één uitzondering. “Misschien had ik Twitter beter kunnen overslaan.”
De belangrijkste les die hij jonge coaches wil meegeven is eenvoudig: “Durf plezier te maken.”
Een nieuw hoofdstuk
Hoewel hij stopt als bondscoach, verdwijnt Bratt niet uit de bandysport. Binnen de Education & Development Committee van de FIB blijft hij zich inzetten voor het opleiden van nieuwe trainers.
“Ik kijk ernaar uit om jonge coaches en spelers te helpen zich verder te ontwikkelen.”
En wat gaat hij het meeste missen?
Hij hoeft er niet lang over na te denken.
“De kleedkamer. De spanning vlak voor een wedstrijd. De vreugde na een overwinning. En het moment waarop je ziet dat al het harde werk zijn vruchten afwerpt.”
Michael Bratt laat meer achter dan alleen resultaten. Hij hielp het Nederlandse bandy groeien, inspireerde een generatie spelers en coaches en gaf het nationale programma een stevige basis voor de toekomst.
Misschien vat één zin zijn hele carrière wel het beste samen:
“Durf plezier te maken.”
